28-29/08 Kota Kinabalu

Bij aankomst in Kota Kinabalu (1 uur vertraging) begon het al flink te schemeren en het was pas 18h.
Mijn overnachtingsplaats was best moeilijk te vinden, het ligt middenin een parkeergarage op de 3e verdieping.
Super centraal gelegen, pal in het centrum.


Kota Kinabalu is een multiculturele stad en dat merk je meteen op de night market.
Veel Filipijnen die hun waren proberen te verkopen, de Filipijnse eilanden liggen hier niet veraf.


Buiten wat Koreanen zijn hier geen toeristen te bespeuren.
Mensen kijken met aan en zijn vriendelijk, ze vinden mijn brilletje “apart”, ze vinden het een beetje "komisch" hoor ik.

29/08 Kota Kinabalu.


Deze morgen was ik al vroeg op pad want ik wilde gaan wandelen op het eiland Gaya, een van de eilanden voor de kust van Kota Kinabalu.
Daar deze stop niet vooraf was gepland wist ik niet zeker of ik een boot zou vinden om mij te brengen naar het eiland, het was dus een beetje op goed geluk.


Onderweg naar de haven zag ik enkele legertanks rijden langs de weg, instinctief neem ik dan meteen mijn gsm om een foto te nemen.
Een omstaander deed teken dat dit niet mocht, hij sprak geen Engels dus ik begreep niet meteen waarom.
Toen ik het later op de dag aan iemand vroeg blijkt het dat militairen regelmatig door de straten rijden om hun paraatheid te tonen.
In 2003 zijn er nog 60 doden gevallen bij gevechten met de Filipijnse guerrilla en af en toe zijn er nog wat opstootjes vandaar …
Het deed me eventjes beseffen dat ik heeeeel ver van huis ben …voetjes op de grond dus.


Het was een hele zoektocht om een boot te vinden naar Gaya Island want de meest boten zetten koers naar ander omliggende eilandjes waar bussen vol Koreaanse toeristen gaan snorkelen.
Plastic beaches worden ze op internet soms genoemd omdat er zoveel plastiek achtergelaten wordt in op het strand en in het water.
Gelukkig maar een paar Koreaanse “exemplaren” op mijn boot (€20! Duur) Gaya is vooral om te hiken (wandelen).


Het eiland is slechts 20 km²  groot en je kunt er volledig rond/door wandelen.
Een stevige wandeltocht op- en neer van goed anderhalf uur die zeer weinig bewandeld/onderhouden wordt.


Dat zie je aan omgevallen bomen op het pad en ik heb ook niemand tegengekomen, behalve een varaan die me toch even deed schrikken toen hij mijn pad kruiste.
Een halve meter kleiner dan deze die ik in Bako had gezien, maar toch nog de moeite.


Ik had nog veel tijd over na de wandeling dus ik besloot een bootje te nemen naar een van de andere eilanden en ja hoor ze waren er in groten getale, de Koreanen.
Met hun plastieken zwembandjes, zwemvesten, duikbrillen … die mensen kunnen niet zwemmen hoor, ze drijven… en inderdaad ze laten veel afval achter.

Ik heb het niet aan mijn hart laten komen en een flinke duik genomen in de Zuid-Chinese zee.
Het is zoals je in een warm bad thuis stapt, zo warm is het water hier.
Het is ook super helder, je ziet wel vissen zwemmen maar weinig, ik snap dan ook niet waarom ze daar snorkelen.


De zon is verraderlijk in Borneo en dat voel ik … “mien smoeltje” is goed verbrand.


Morgen is een reisdag, ik vlieg eerst noord-oost naar Sandakan en van daaruit met de jeep naar jungle in centraal Borneo.
Het wordt een zware reisdag want morgenavond kom ik pas aan op mijn overnachtingsplaats aan de Kinabatagan river midden in je jungle.

Midden in de jungle is er geen wifi, dat wil zeggen een paar dagen geen reisverhaal.
2 of 3 september mogen jullie opnieuw een verslagje verwachten voor wie het zich interesseert.
Ik kijk vol verwachting uit naar de komende dagen, hopelijk krijg ik dan ook wat dieren (neusaap) te zien want tot nu toe was het pover.

Tot dan!